Appy Sluijs

LAUREAAT Natural Sciences 2017

Appy Sluijs

Appy Sluijs (1980) studeerde biologie en biogeologie in Utrecht en aan de University of California in Santa Cruz. Na zijn promotie in de paleo-ecology bleef hij onderzoeker in Utrecht. In 2014 werd hij er benoemd tot hoogleraar in de paleoceanografie. Als nog jonge onderzoeker heeft hij een opmerkelijke rij veelgeciteerde publicaties in de toptijdschriften Science en Nature op zijn naam staan.

Sluijs ontving een Veni-beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en een Starting Grant van €1,5 miljoen van de European Research Council. Daarnaast kreeg hij prestigieuze prijzen zoals de James B. Macelwane medaille van de American Geophysical Union, de Outstanding Young scientist award van de European Geosciences Union en de Heineken Young Scientists Award voor milieuwetenschappen.

Van 2009 tot 2014 was hij lid van De Jonge Akademie.

WEBSITE

ONDERZOEKSFOCUS

Appy Sluijs onderzoekt de relaties tussen CO2, klimaat en het leven in de oceaan gedurende de geschiedenis van de aarde.

Vooruitzien dankzij een prehistorische hittegolf

Ongeveer 56 miljoen jaar geleden onderging de aarde een plotselinge periode van hevige klimaatopwarming. In een paar duizend jaar kwam zo veel extra kooldioxide in de atmosfeer dat de gemiddelde temperatuur op aarde met zo’n vijf graden Celsius steeg.

Het Paleoceen-Eoceen Temperatuursmaximum (PETM), zoals deze prehistorische hittegolf wordt genoemd, veroorzaakte op aarde dramatische veranderingen. Opwarmende oceanen breidden zich uit ten koste van land, plant- en diersoorten raakten op drift of stierven uit, andere (zoals onze eigen voorouders) kregen juist nieuwe kansen. Het zijn vergelijkbare effecten als die van het hedendaagse broeikaseffect kunnen worden verwacht.

Appy Sluijs kijkt in gesteente uit diepe boorgaten naar sediment dat miljoenen jaren geleden op de oceaanbodem ontstond. Die gesteenten bevatten fossiele en chemische sporen van de dramatische veranderingen, en Sluijs gebruikt ze om de wisselwerking tussen atmosfeer en oceanen te reconstrueren.

Sluijs denkt dat de dramatische piek van 56 miljoen jaar geleden ontstond uit een kettingreactie. Een geleidelijke opwarming door vulkaanuitbarstingen leidde tot het smelten van methaanhydraat op de oceaanbodem, waardoor in korte tijd veel methaangas opborrelde. In het water en de atmosfeer werd het methaan omgezet in grote hoeveelheden kooldioxide.

Het zou honderdduizend jaar duren voordat al die extra kooldioxide weer in sedimenten was opgenomen en het klimaat weer was afgekoeld.

Onderzoekers als Appy Sluijs gebruiken de PETM als een natuurlijk experiment om te voorspellen wat de huidige klimaatopwarming voor gevolgen zou kunnen hebben. En als we vandaag zouden stoppen met het verbranden van kolen, olie en gas, hoe lang zou het dan nog duren voordat de klimaatopwarming stopt?